Gezond voedingspatroon is goed voor de psychische gezondheid

Het voedingspatroon hangt samen met het risico op psychische aandoeningen als bijvoorbeeld depressie bij volwassenen. Er zijn ook duidelijke aanwijzingen dat omega 3-vetzuren een positief effect kunnen hebben in de behandeling van depressieve klachten bij volwassenen en ADHD bij kinderen.

Dat concluderen wetenschappers van het Maastricht UMC+, de Universiteit Maastricht en de Open Universiteit in Heerlen in het onderzoeksrapport ‘Voeding en psychische gezondheid gedurende de levensloop’. Het uitgebreide rapport werd onlangs overhandigd aan opdrachtgever ZonMw.

Wat is precies het effect van voedingspatronen en -supplementen op de psychische gezondheid van de mens? Dat was de centrale vraag die de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek ZonMw neer had gelegd bij Maastrichtse onderzoekers. Er is in de loop der jaren namelijk al vrij veel onderzoek gedaan op dit gebied, maar de verschillende studies zijn nooit gebundeld. Daardoor is er geen overzicht over hoe voedingspatronen samen kunnen hangen met psychische gezondheid en is het moeilijk er concrete adviezen aan te verbinden. Reden om daar meer duidelijkheid in te scheppen.

Voeding en ADHD
De onderzoekers bundelden systematisch alle beschikbare wetenschappelijke literatuur op het gebied van voeding en psychische gezondheid. Daarbij werd specifiek gekeken naar drie leeftijdscategorieën: prenataal en kinderleeftijd (tot 12 jaar), adolescenten (12-25 jaar) en volwassenen (>25 jaar). In de jongste categorie zijn er met name veel studies gedaan naar de relatie tussen voeding en het risico op ADHD en autismespectrum-stoornissen. Er is sterk bewijs dat omega 3-vetzuur-supplementen een gunstig effect kunnen hebben op het verminderen van ADHD-symptomen. Naar het effect van voeding op depressieve stoornissen bij jonge kinderen is te weinig onderzoek gedaan om harde conclusies te trekken.

Positieve effecten van omega 3-vetzuren op klachten bij depressie en ADHD

Voeding en depressie
Bij volwassenen (>25 jaar) is vooral veel onderzoek gedaan naar het effect van voeding op depressie. Uit deze studies blijkt een gezond voedingspatroon samen te hangen met een lagere kans op depressieve klachten en depressie. Ook hier zijn positieve effecten waarneembaar van omega-3 vetzuren in het verminderen van klachten bij een depressieve stoornis. Er is nog te weinig onderzoek gedaan om een verband te leggen tussen voeding en angststoornissen en psychotische stoornissen. Bij adolescenten is überhaupt nog weinig onderzoek gedaan naar de relatie tussen voeding en psyche, dat terwijl deze groep relatief vatbaar is voor het ontwikkelen van psychische problemen.

Aanknopingspunten
“Het aanhouden van een gezond voedingspatroon is belangrijk, niet alleen om fysieke klachten te voorkomen, maar ook voor je psychische gezondheid”, zegt dr. Anke Oenema, die het onderzoek leidde. “Onze studie levert ook nieuwe aanknopingspunten. Zo wordt het innemen van omega 3-vetzuren bijvoorbeeld nog niet als standaard behandeladvies beschreven bij depressie. Ook voor kinderen met ADHD kunnen omega 3-supplementen als behandeling worden overwogen op basis van onze bevindingen.” Volgens Oenema is er nog wel een wereld te winnen: “In de adolescentie komen de meeste psychische stoornissen voor en juist daar ontbreekt het aan voldoende onderzoek.”

Lees: ‘Voeding en psychische gezondheid gedurende de levensloop’ (Pdf)

Bron: mumc.nl 

Kronenburger Psychologen is een feit!

Het is zover! Na maanden van voorbereiden, klussen, meubels aanschaffen, contracten ondertekenen etc. is Kronenburger Psychologen een feit! De website is in de lucht en we zijn inmiddels gestart op onze mooie nieuwe praktijklocatie. Wij hebben zin in de komende tijd en hopen zoveel mogelijk mensen in onze praktijk te kunnen helpen.

Psychische aandoeningen een van de meest gemelde beroepsziekten

In 2018 zijn er 3.854 meldingen van beroepsziekten door 761 bedrijfsartsen geregistreerd in de Nationale Beroepsziekteregistratie. De meest gemelde beroepsziekten zijn psychische aandoeningen en aandoeningen aan het houding- en bewegingsapparaat.

Dit blijkt uit ‘Kerncijfers Beroepsziekten 2019’ van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB), Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid van Amsterdam UMC, dat vandaag is verschenen. Psychische beroepsziekten komen vooral voor in het onderwijs, de financiële dienstverlening en de IT-branche. Aandoeningen aan het houding- en bewegingsapparaat treffen vooral werknemers in de industrie, ‘landbouw, bosbouw en visserij’ en de bouwnijverheid.

Uit de nationale beroepsziekteregistratie 2018 blijkt dat beroepsziekten even vaak voorkomen bij mannen en vrouwen en toenemen met de leeftijd: een derde van alle meldingen betreft werknemers boven de 55 jaar. De gevolgen van een beroepsziekte blijven groot voor de arbeidsparticipatie: bij 84 procent leidt de beroepsziekte tot tijdelijke en bij 6 procent tot blijvende arbeidsongeschiktheid.

Het NCvB benadrukt in de rapportage over 2018 het grote belang van preventie op de werkplek. Veel ziektegevallen kunnen door gezonde werkomstandigheden worden voorkómen. Bij elf veel voorkomende aandoeningen is een daling tussen de 3 en 25 procent haalbaar.

Kerncijfers Beroepsziekten 2019 is opgesteld door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten van het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, Amsterdam UMC, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het rapport geeft een overzicht van het aantal en de aard van geregistreerde beroepsziekten en de verdeling binnen sectoren en beroepen in Nederland. Daarnaast beschrijft het wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot beroepsziekten.

Bron: beroepsziekten.nl

Zijn uitingen van emoties aangeleerd of aangeboren?

Zijn niet-verbale uitingen van emoties, zoals krijsen, zuchten, grommen en lachen, aangeboren of aangeleerd? Sociaal psycholoog Disa Sauter onderzocht of we emoties kunnen herkennen in de geluiden die doven maken wanneer ze hun gevoelens uiten. Doven hebben deze klanken niet aan kunnen leren, waardoor deze analyse antwoord zou kunnen geven op de vraag.

Sauter’s onderzoek is gepubliceerd in het tijdschrift Emotion van de American Psychological Association.

Het experiment: niet-verbale emotionele uitingen herkennen
Om de vraag te beantwoorden zette Sauter een experiment op. Als eerste stap nam ze niet-verbale emotionele uitingen op. De uitingen werden door twee verschillende groepen geproduceerd, acht Nederlanders met aangeboren ernstig of zwaar gehoorverlies en een even grote groep horenden, en per persoon opgenomen. Beide groepen werd gevraagd dezelfde reeks emoties te uiten: woede, angst, verdriet, walging, verrassing, geamuseerdheid, opluchting, voldoening/triomf en sensueel genot.

In de volgende stap kregen horende mensen die niet bij de opnames waren betrokken, de opnames van zowel de dove als horende mensen te horen en werd gekeken welke emotionele uitingen zij konden herkennen.

Omdat de doven niet hebben kunnen leren welke klanken je bij bepaalde emoties maakt, zou het herkennen van hun emoties door de horenden betekenen dat de koppeling tussen emoties en uitingen ten minste gedeeltelijk is aangeboren.

Zeven van de negen emoties herkend
De groep horenden uit de tweede stap in het experiment kon zeven van de negen emoties van de groep doven goed herkennen. Dit geeft aan dat, ook al hadden de doven deze non-verbale uitingen niet kunnen leren, de emotionele informatie overkwam. Alleen de uitingen van woede en voldoening/triomf werden niet op significant niveau herkend. De emotionele uitingen van horenden werden wel allemaal duidelijk herkend.

Ten minste gedeeltelijk aangeboren
De vraag of de emotionele signalen die wij geven volledig zijn aangeleerd, is onderwerp van felle discussies en van groot belang voor ons inzicht in wat emoties nu werkelijk zijn.

Sauter stelt: ‘In ons leven leren we van het horen van non-verbale uitingen van anderen (en van onszelf), maar uit de resultaten blijkt dat voor veel soorten uitingen dit leren niet strikt noodzakelijk lijkt te zijn om ze te ontwikkelen’.

‘Wanneer emoties uitsluitend individueel worden aangeleerd, kunnen we ze beter begrijpen door de specifieke omgevingen van individuen in kaart te brengen. Maar als we een bepaalde aanleg hebben voor de ontwikkeling van emotionele uitingen, biedt inzicht in evolutionaire systemen en mechanismen een belangrijke aanvulling voor het begrijpen van menselijke emoties’.

Publicatiegegevens
Sauter, D.A.; Crasborn, O.; Engels, T.F.S.; Kamiloglu, R.G.; Sun, R.; Eisner, F.; Haun, D.B.M. ‘Human emotional vocalisations can develop in the absence of auditory learning’ in Emotion (10 September 2019). DOI: 10.1037/emo0000654

Bron: uva.nl